
Op onze farm hebben we ongeveer 2000 mē gereserveerd voor de alpaca's. De merries lopen apart van de hengsten met de ruinen. De merries hebben een ruime stal met een aansluitend perceeltje weiland. De rest moet het met wat minder doen. Dat is geen probleem voor de hengsten en ruinen want ze gaan alleen het onderkomen in om hooi te eten en liggen ook bij extreme weersomstandigheden meestal buiten ondanks dat ze naar binnen kunnen gaan.
Het weiland is in 4 percelen opgedeeld om te kunnen switchen zodat steeds 2 perceeltjes begraasd worden terwijl de andere 2 rust hebben. Op het achterste perceel is in vroegere tijden een gat gegraven waar een dijk omheen is aangebracht. Dit achterste perceel is favoriet bij de alpaca's. De dijk gebruiken ze om over te ravotten, op te klimmen en om uit te kijken over de omgeving. Bij warm weer zoeken ze beschutting in de diepte die omsloten word door de dijk. Als er water in het gat staat nemen ze ook graag en bad. Ze liggen dan vaak in het ondiepe met hun buik in het water.
De dieren maken op elk perceel een rolplaats waar geen gras meer groeit en waar ze heerlijk in het zand kunnen rollen. Het liefst doen ze dat onder een grote boom zodat ze op de rolplaats tevens in de schaduw kunnen liggen en kunnen schuilen.
Onder een boom is de begroeiing toch al minder zodat het hen ook nog eens werk bespaard om juist daar de rolplaats te maken.
Van de laaghangende takken van de bomen en van de bamboes eten ze de bladeren zodat er ook in de zomer altijd een vrije doorgang van circa 2 meter onder de bomen is. Ook kastanjes eten ze graag.
De afrastering rondom de gras perceeltjes is 1,2 meter hoog en op elk perceel is de faciliteit van schaduw en beschutting.
![]() |
![]() |
| Het pad door onze tuin gaat naar de Alpaca wei. | Toegangspoort tot de weide en rechts een dennenbos. |
![]() |
![]() |
| De dijk in het achterste weilandje met een poel water in de laagte. | De alpaca's hebben onder een dikke boom een rolplaats gemaakt. |